Top
De Decentralen

Voor een decentrale & democratische universiteit


de decentralen

Om het onderwijs en onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam op effectieve en democratische wijze vorm te kunnen geven, is er dringende behoefte aan decentralisatie. de decentralen zijn onverdeeld voorstanders van deze decentralisatie binnen de UvA. Gezien het feit dat docenten en studenten het dichtst betrokken zijn bij onderwijs en onderzoek zijn zij het best in staat om daar vorm aan te geven. de decentralen zijn van mening dat beslissingen alleen mogen worden genomen met instemming van die mensen waarop ze betrekking hebben; belangrijke besluiten mogen nooit van bovenaf wordt opgelegd. Dit democratisch principe is het meest effectief op decentraal niveau; daar voelen studenten en docenten zich het meest betrokken, dus daar is democratie het meest vruchtbaar.

Verkiezingsprogramma 2017

Een decentrale visie op de universiteit

De universiteit is geen diplomafabriek, studenten zijn geen onderwijsconsumenten en docenten zijn geen publicatiemachines. Integendeel. De universiteit staat met één been in de samenleving, maar moet ook onafhankelijk op die samenleving kunnen reflecteren. Deze visie op de universiteit vormt de basis van het partijprogramma van de decentralen. De universiteit moet enerzijds maatschappelijk geëngageerd zijn en anderzijds een afstand bewaren om de maatschappij te verbeteren. De organisatie van de universiteit moet erop gericht zijn om die functie optimaal te vervullen. Deze tweeledige rol moet leidend zijn in de beleidsvoering, financiering en het bepalen van de structuur van de organisatie.

Wanneer de universiteit doorslaat in één van deze twee rollen, als bijvoorbeeld financiële prikkels en rendement leidend worden in de afwegingen van bestuurders, medewerkers en studenten, komt de onafhankelijkheid van de academische gemeenschap in het geding. Een organisatorische architectuur die vrij is van perverse prikkels voor de gehele gemeenschap creëert academische vrijheid. Zo krijgen docenten en studenten de broodnodige ruimte om zich in te zetten voor onderwijs en onderzoek van hoge kwaliteit.

1. Decentralisatie van onderwijs & onderzoek

Volgens de decentralen komt het beste onderwijs en onderzoek tot stand als de macht om daaraan vorm en inhoud te geven zo laag mogelijk in de organisatie ligt. De UvA blijft, ook voor de decentralen, één universiteit. Wij geloven dat goed overleg tussen opleidingen en faculteiten deze eenheid kan waarborgen zonder een sterk gecentraliseerd beleid. Centraal overleg is over verschillende onderwijsstructuren en over interdisciplinaire opleidingen is van belang, maar het centrale niveau zou veranderingen van onderaf moeten faciliteren en zeker niet van bovenaf in moeten zetten. Departementen en opleidingen moeten over hun eigen beleid kunnen beslissen, docenten en onderzoekers moeten vrijheid hebben om hun eigen onderwijs en onderzoek in te richten, en studenten moeten in al deze besluiten betrokken en gehoord worden. Medewerkers en studenten zijn zelf in staat hun opleidingen vorm te geven en daarom willen wij aan hen die macht geven.

de decentralen verzet zich tegen de trend dat onderzoekers zich vrijkopen van hun onderwijsverplichtingen, waardoor lesgeven afgeschoven wordt op docenten met een tijdelijke aanstelling. Geen enkele onderzoeker de band met het onderwijs volledig kwijtraken. Andersom vinden wij dat elke onderwijzer op de hoogte moet zijn van het huidige onderzoek in zijn/haar discipline. Onderzoek en onderwijs gaan hand in hand. Om deze balans te handhaven is het van uiterst belang dat elke docent voldoende autonomie heeft over de inhoud van zijn/haar vakken. Hiermee zorgen we ervoor dat zijn/haar onderwijs ook echt op het onderzoek in zijn/haar discipline aansluit.

Deze visie vertaalt zich concreet in o.a. de volgende standpunten:

  • Niet de centrale, maar de decentrale medezeggenschapsorganen op het laagste niveau, moeten instemmingsrecht krijgen over ingrijpende maatregelen zoals het hervormen, afschaffen of verhuizen van opleidingen.

  • Faculteiten (of opleidingen) moeten zelf hun semesterindeling kunnen bepalen. Het 8-8-4 systeem had nooit centraal opgelegd mogen worden, omdat dit voor sommige opleidingen niet werkt. Opleidingen moeten daarom weer de ruimte krijgen om hun eigen indeling te bepalen.

  • Opleidingen moeten volledige zeggenschap hebben over hun eigen onderwijs- en examenregeling (OER). Er bestaan nog steeds plannen om alle faculteiten gedeeltelijk aan één OER te binden (de zogenaamde ‘model-OER’). Dit kan betekenen dat faculteiten niet langer zelf kunnen beslissen over belangrijke zaken zoals het BSA, Cum Laude-regelingen of Honoursprogramma’s. De model-OER mag niet aan de faculteiten worden opgelegd.

  • Grootschalige budgetten, voor bijvoorbeeld digitalisering, zouden niet centraal moeten liggen, maar facultair. Dit geeft ruimte aan lagere organen om eigen beleid te bepalen. Deze budgetten moeten voortkomen vanuit een behoefte vanuit de opleidingen.

2. Democratisering bestuursmodel

de decentralen staat voor een verregaande democratisering van de UvA waarbij bestuurders altijd verantwoording afleggen aan de academische gemeenschap. Democratische besluitvorming is het effectiefst waar de betrokkenheid het grootste is: op decentraal niveau. Wat dat betreft gaan democratisering en decentralisering hand in hand.

Volgens de decentralen moeten bestuurders in eerste instantie verantwoording afleggen aan studenten en medewerkers. Decentralisering betekent daarom niet alleen decentralisering van bevoegdheden, maar ook decentralisering van mandaat. Bestuurders, zoals decanen en afdelingsvoorzitters, dienen in hun functie gekozen te worden door de academische gemeenschap en belangrijke besluiten moeten door middel van petities en referenda beïnvloed kunnen worden. Transparantie is hiervoor essentieel. Bestuurders kunnen alleen verantwoording afleggen aan de academische gemeenschap, als die wordt betrokken en vanuit een gelijke positie kan meepraten. Iedereen moet daarom de ruimte krijgen om zich te verdiepen in het beleid van de universiteit en de bestuurders moeten altijd open kaart spelen naar de academische gemeenschap; alleen zo creëert men betrokkenheid. Dat betekent niet alleen dat alle stukken online beschikbaar moeten zijn, maar dat die stukken ook actief inzichtelijk gemaakt moeten worden. Er moet duidelijk zijn welke beleidskeuzes er gemaakt worden en hoe de gemeenschap aan de besluitvorming deelneemt.

Binnen de UvA zijn er verschillende lagen tussen de directeuren/directrices van opleidingen en de decanen: de onderwijsdirecteuren. Deze bestuurders zitten precies tussen de medezeggenschap in: tussen de opleidingscommissies, en de studentenraden en ondernemingsraden. Zij leggen hierdoor weinig tot geen verantwoording af aan medezeggenschap. Doordat deze functies op heel verschillende manieren worden ingevuld, is het voor studenten en medewerkers vaak onduidelijk wie nu precies de beslissingen neemt over onderwijs, onderzoek en personeel. Wij denken dat deze tussenbestuurders minder verantwoordelijkheden moeten krijgen. De decaan beslist over beleid op de faculteit, en op opleidingsniveau moeten de inhoudelijke keuzes gemaakt worden.

Democratisering betekent niet alleen meer inspraak, maar ook ruimte voor debat over de richting die afdelingen, faculteiten en de universiteit inslaan. Dat zorgt ervoor dat studenten en docenten nadenken en kritisch reflecteren op de ontwikkelingen binnen de academische wereld. Zo leidt democratisering ook tot meer betrokkenheid, evenals geëngageerde medewerkers en studenten. De huidige cultuur van slecht betrokken studenten is een gevolg van de gejaagde prestatiedruk en de te grote afstand tussen bestuur en de werkelijkheid in de collegebanken; niet van de desinteresse van studenten.

Deze visie vertaalt zich concreet in o.a. de volgende standpunten:

  • Het mandaat voor de beslissingen van het universiteits- en faculteitsbestuur moet bij de academische gemeenschap liggen. Medezeggenschapsorganen moeten meer rechten krijgen om dit mandaat te waarborgen.

  • Alle betrokkenen moet meer inspraak krijgen op de benoeming van bestuurders binnen de faculteiten en de universiteit als geheel. De decanen en het bestuur van de UvA moeten democratisch verkozen worden.

  • Medewerkers en studenten moet inzage krijgen in alle beleidsstukken. Stukken moeten gedeeld en actief verduidelijkt worden.

  • Buiten de representatieve democratie moet de gemeenschap vaker direct inspraak krijgen over belangrijke bestuurlijke beslissingen. Enerzijds moet het bestuur uit zichzelf referenda uitschrijven voor zulke beslissingen en anderzijds moeten studenten en medewerkers referenda aan kunnen vragen als zij genoeg handtekeningen daarvoor verzameld hebben.

  • Er moet een senaat-nieuwe-stijl komen waarin iedereen is gerepresenteerd en iedereen kan laten horen over het lange termijn beleid van de UvA.

  • De huidige examencommissies moeten transparanter beleid voeren, zij moeten hun adviezen openbaar maken aan alle studenten.

  • Als bestuurlijke functies onder decanen gaan over het verdelen van gelden over opleidingen, moet de medezeggenschap inzicht krijgen in deze verdeling.

3. Maatschappelijke verantwoordelijkheid

de decentralen is van mening dat een universiteit zich niet alleen academisch moet ontwikkelen, maar haar maatschappelijke verantwoordelijk de aandacht moeten geven die zij verdient. De universiteit heeft een verantwoordelijkheid om de emancipatoire werking van het onderwijs te waarborgen en om het goede voorbeeld te geven op het gebied van duurzaamheid. Deze twee verantwoordelijkheden lichten we hieronder verder toe.

Inclusiviteit

Het afgelopen jaar is er veel gesproken over diversiteit, maar het tekort aan diversiteit op de UvA blijft. Het uit zich op allerlei manieren. Zo is er is weinig bestuurlijke diversiteit: er is bijvoorbeeld een aanzienlijk lager aantal vrouwelijke hoogleraren ten opzichte van het aantal mannelijke en geen enkele vrouwelijke decaan. Daarnaast is de studentenpopulatie buitenproportioneel wit, in vergelijking met het percentage wit onder VWO-eindexamenkandidaten in Amsterdam en des te meer in vergelijking met de maatschappij als geheel. Verder eindigt de UvA steevast op de laatste plaats als het gaat om toegankelijkheid voor studenten met een functiebeperking. de decentralen vindt dat iedereen zich thuis moet voelen op de universiteit.

Daarom zijn de aanbevelingen van de commissie diversiteit die het komend academisch jaar worden geïmplementeerd, zoals het aanstellen van een diversity officer, een stap in de goede richting. Door middel van meer aandacht op inclusiviteit als geheel, dus met de introductie van een actief diversiteitsbeleid, kunnen de huidige problemen rondom in- en uitsluitingsprocessen worden verholpen. Een gebrek aan inclusiviteit zorgt namelijk niet alleen voor de vervreemding van bepaalde groepen, maar bovendien voor een nauwer begrip van kennis. Hoe wij kennis legitimeren en waarderen moet altijd bezien worden vanuit meerdere kritische invalshoeken. Daarom pleit de decentralen voor dekolonisatie van de universiteit. Dit houdt in dat de structuren die ten grondslag aan de huidige kennispraktijken liggen, moeten worden afgebroken. Curricula moeten niet langer gedomineerd worden door de huidige canon van dode witte mannen.

Om de UvA echt inclusief te maken is het daarnaast van belang dat er aandacht is voor àlle leden van de academische gemeenschap. Ook schoonmakers, medewerkers van de catering en ondersteunend personeel maken hier deel van uit. Het mag geen excuus zijn dat zij onder een contract van een derde partij vallen. de decentralen is van mening dat de UvA de gemiddelde arbeidssituatie van het personeel sterk kan verbeteren.

Duurzaamheid

Naast een voorbeeldrol op het gebied van inclusiviteit, zien we een belangrijke rol voor de universiteit weggelegd op het gebied van duurzaamheid. de decentralen denkt dat de universiteit de plek bij uitstek is om te investeren in duurzaamheid. De universiteit kan bijvoorbeeld door de bank die zij kiest al bijdragen aan de transitie richting een groenere maatschappij. Aandacht voor duurzaamheid moet in alle facetten van de universiteit geïncorporeerd worden. Te denken valt aan het aanbieden van duurzaam eten in de kantines, de ruimte bieden aan verschillende initiatieven om de universiteit te vergroenen op facultair niveau en meer aandacht voor duurzaamheid in de curricula.

Deze visie vertaalt zich concreet in o.a. de volgende standpunten:

  • De UvA moet een actief diversiteitsbeleid invoeren, dat zich niet alleen richt op etnische diversiteit. Alle medewerkers van de universiteit moeten meegenomen worden in deze discussie.

  • Curricula moeten kritisch worden herzien om niet-westerse perspectieven te incorporeren. Docenten en studenten moeten gestimuleerd worden om na te denken over niet-westerse canonteksten en er moeten curriculumscans aangeboden worden voor docenten die dat willen. Er moeten diverse stromingen aan bod komen.

  • De UvA moet blijvend onderzoek doen naar diversiteit en dekolonisatie, ook dat maakt onderdeel uit van het diversiteitsbeleid.

  • De UvA moet gaan kiezen voor duurzamere banken en pensioenfondsen.

  • De UvA moet verduurzaming opnemen als belangrijk onderdeel van de begroting, evenals curriculum scans naar duurzaamheid op opleidingsniveau: er is geen oneindige groei op een eindige planeet.

  • De UvA moet afval scheiden op alle faculteiten, plastic verkoop terugdringen en geen eten meer weggooien.

  • Als de universiteit over vier jaar hetzelfde erbarmelijke niveau van diversiteit heeft als nu, zoals geschetst in het rapport van de commissie Diversiteit, dan staat de decentralen positief tegenover het invoeren van diversiteitsquota.

4. Het allocatiemodel – de verdeling van geld op de UvA

De UvA verdeelt de inkomsten die zij van het ministerie krijgt volgens het allocatiemodel. Dit is een verdeelsleutel die bepaalt hoeveel geld iedere faculteit ontvangt per nieuwe student, studiepunt en diploma. Deze inkomsten per student verschillen per faculteit, omdat de kosten voor sommige studenten (bijv. geneeskunde) hoger liggen dan voor anderen (bijv. rechten). Deze verdeelsleutel zal in het aankomende jaar herzien worden – een mooi moment voor verandering.

de decentralen staat voor een duurzaam allocatiemodel waarbij continuïteit van onderwijs en onderzoek voorop staat. Instabiliteit in financiën heeft als gevolg dat faculteiten terughoudend zijn met vaste aanstellingen en langetermijninvesteringen in het onderwijs. Daarom strijden de decentralen voor stabiliteit. Het is van het grootste belang dat financiën niet leidend zijn voor keuzes in het onderwijsaanbod. Kleine opleidingen en specialisaties moeten niet met opheffing worden bedreigd enkel, omdat ze hoge kosten per student maken en het financiële rendement te laag is. de decentralen stelt voor in het allocatiemodel meer gebruik te maken van vaste budgetten en vaste voeten, die je kunt zien als basisinkomen voor opleidingen. Voor ons is alle kennis per definitie waardevol.

Op het moment zijn de inkomsten van opleidingen en faculteiten grotendeels afhankelijk van de aanwas aan nieuwe studenten. Als er minder scholieren voor een opleiding kiezen, dan zal deze opleiding fors moeten bezuinigen, wat de continuïteit en stabiliteit van onderwijs ondermijnt. Dit wordt nog eens versterkt doordat het vaak zo is dat ook onderzoek (gedeeltelijk) uit onderwijsgelden wordt gefinancierd. Neemt het onderwijsbudget voor een opleiding af, dan heeft dat dus zijn invloed op het onderzoek binnen een bepaalde afdeling. de decentralen zijn daarom voor een betere balans tussen de inkomsten en de werkelijke kosten van een opleiding per student én in zijn totaliteit. Inkomsten moeten stabiel en over langere termijn inzichtelijk zijn. Dit zorgt ervoor dat opleidingen en faculteiten zich weer met de kwaliteit van hun onderwijs en onderzoek kunnen bezighouden.

Deze visie vertaalt zich concreet in o.a. de volgende standpunten:

  • De UvA moet actief proberen tijdelijke contracten te vermijden.

  • Het allocatiemodel moet stabiliteit in de financiering waarborgen. Men moet overwegen de vaste budgetten - financiering die onafhankelijk is van studentenaantallen - te verruimen.

  • De inkomsten van faculteiten moeten voor een langere periode inzichtelijk en stabiel zijn, zodat ze hevige fluctuaties in studentenaantallen op kunnen vangen en er geen scheve verhouding ontstaat tussen staf en student.

  • Op het moment dat de ene faculteit in financiële problemen verkeert waar de andere faculteit een overschot heeft, verplicht de decentralen de faculteiten zich solidair naar elkaar op zullen stellen en elkaar te hulp schieten.

  • Een representatief orgaan moet namens de academische gemeenschap toezien op het beleid van UvA-Holding BV. De Holding is nauw verstrengeld met de financiën en intransparant en dat maakt controle door de academische gemeenschap noodzakelijk.

Wat heeft de decentralen afgelopen collegejaar bereikt?

De raadsleden vanuit de decentralen hebben zich afgelopen collegejaren met hart en ziel in de studentenraad gestort. Met posities in het dagelijks bestuur konden wij veel invloed uitoefenen maar hadden wij ook veel verantwoordelijkheden naar de rest van de raadsleden. de decentralen heeft laten zien een serieuze studentenpartij te zijn die zich stabiel inzet voor een betere universiteit.

de decentralen heeft zich de afgelopen jaren ingezet om de onvrede over verschillende onderwerpen die tot uiting kwam in de protesten blijvend op de bestuurlijke agenda te zetten en de vruchten van de Maagdenhuisbezetting te institutionaliseren. Zo is de decentralen er steeds op gebrand geweest dat de onderzoekscommissies naar financiën & huisvesting, democratisering & decentralisering en diversiteit op een goede manier ingesteld werden en met voldoende middelen aan de slag konden gaan. de decentralen heeft zich vervolgens ingezet om de uitkomsten van de commissies uit te voeren. Zo zetten we ons op dit moment vooral in voor de instelling van een senaat nieuwe stijl, een universitair initiatief en draagvlakmetingen.

Decentralisatie staat tegenwoordig op de bestuurlijke agenda. In plaats van ‘top-down’ moet er nu vooral ‘bottom-up’ bestuurd worden. de decentralen heeft hier natuurlijk niet alleen voor gezorgd, vooral actiegroepen en vakbonden hebben de aanzet gegeven tot een kleine discourverandering. de decentralen probeert deze verandering te institutionaliseren door bestuurders steeds te wijzen op het feit dat zij medewerkers en studenten moeten betrekken. de decentralen heeft geprobeerd decentralisatie in de praktijk te brengen door facultaire studentenraden meer te betrekken en bevoegdheden aan hen over te dragen. Daarnaast hebben de decentralen bijgedragen aan een rapport over de versterking van de facultaire medezeggenschap en hebben raadsleden op facultair niveau vanaf dit jaar meer tijd en geld gekregen om hun raadswerk te doen. Ook wordt er in de raden hard gewerkt aan de versterking van OC’s.

Op het gebied van democratisering heeft de decentralen gestreden voor een gekozen rector. Dat is helaas niet door de studentenraad heen gekomen maar de benoemingsprocedure is wel ietwat gedemocratiseerd. Zo nemen nu medezeggenschapsleden deel aan de benoemingsadviescommissies en wordt de profielschets opgesteld met instemming van de medezeggenschap. Daarnaast heeft de decentralen bijgedragen aan het democratiseren van de benoemingsprocedures van decanen en proberen we dat momenteel te bestendigen in regelementen.

Met betrekking tot het allocatiemodel is staat een grote herziening op de agenda. Afgelopen zomer kon de gehele academische gemeenschap input leveren. Een werkgroep heeft een advies geschreven over een nieuw model maar de discussie stokte in het overleg met decanen. Aankomend collegejaar zal opnieuw een fundamentele discussie gevoerd worden over wat en hoe de UvA moet bekostigen. Als opmaat naar een stabiel allocatiemodel met minder perverse prikkels heeft de decentralen er mede voor gezorgd dat de diplomafinanciering is aangepast; alle diploma’s worden voortaan vergoed, niet alleen de diploma’s die binnen nominaal + 1 jaar behaald zijn.

Op het gebied van transparantie heeft de decentralen steeds ingezet op het organiseren van denktanks en informatieve bijeenkomsten. Bij het opstellen van de profielschetsen voor nieuwe leden van het College van Bestuur heeft zij geholpen met een uitgebreide consultatie van de studenten. Helaas valt er op het gebied van het vastgoedbeleid nog een hoop te verbeteren op het gebied van transparantie. de decentralen heeft daar het achteraan gezeten en nu wordt de medezeggenschap intensiever betrokken bij de nieuwe UB en Binnenstadscampus. Om ook de rest van de academische gemeenschap meer te betrekken wordt nu ingezet op gebruikersraden.

Met betrekking tot de maatschappelijke positie van de universiteit heeft de decentralen zijn steun gegeven aan het opzetten van stilteruimtes op de verschillende faculteiten en het opstellen van kaders voor diversiteitsbeleid. Daarnaast heeft de decentralen zich met andere partijen ingezet voor duurzaamheid.

Andere grote dossiers waar de decentralen zich afgelopen jaren mee bezig heeft gehouden zijn de samenwerkingsdossiers UvA-HvA en UvA-VU. In het UvA-HvA dossier heeft de decentralen niet alleen de belangen van studenten behartigd, maar ook die van de medewerkers van de diensten. Conform haar visie gelooft de decentralen dat alle medewerkers van de universiteit deel uit maken van de academische gemeenschap. Ook met de medewerkers van de ICT-, facilitaire, administratieve diensten en de bibliotheek moet zorgvuldig omgegaan worden. In het UvA-VU dossier heeft de decentralen zich er steeds voor ingezet dat het bestuur van de UvA niet om de mening van de facultaire studentenraad heen kon. Het plan, dat een vergaande samenwerking en grootschalige verhuizing van de bètastudenten zou betekenen, had weinig draagvlak onder studenten en medewerkers, die stelde dat er te weinig visie op onderwijs was. De decentralen heeft ervoor gezorgd dat er uiteindelijk naar deze studenten en medewerkers geluisterd is.

Op het gebied van Onderwijs & Onderzoek hebben de decentralen geprobeerd om de echte beleidskeuzes zo laag mogelijk in de organisatie te laten maken. Zo is er nauw contact geweest met FSRen om centraal te regelen dat opleidingen flexibeler om kunnen gaan met de jaarindeling 8-8-4. Daarnaast is de decentralen druk bezig geweest om opleidingen meer zeggenschap over hun eigen OER te geven en ver weg te blijven bij een bindende Model Onderwijs & Examenregeling. Een andere trend van de afgelopen jaren was het centraal opleggen van activerend onderwijs, ook wel bekend als Blended Learning. de decentralen heeft aangestuurd dat faculteiten zelf mochten bepalen hoe zij het geld voor Blended Learning wilden uitgeven in plaats van dat het centraal al voor ze werd besloten. Ten slotte heeft de decentralen zich hard gemaakt voor een Onderwijsvisie die de UvA op haar best laat zien, namelijk een universiteit met diverse en decentraal aangestuurde disciplines die gezamenlijk de Universiteit van Amsterdam maken.

English summary of de decentralen party manifesto

For a decentral and democratic university

de decentralen believe that a university is called into existence in the first place to enable all students and teachers to give shape to high-quality education and research themselves. This means that first of all students and teachers themselves must be given the space to form their activities without being constrained by efficiency-aimed considerations or measures that are top-down imposed upon them. According to de decentralen, the primary responsibility of the university concerning students, staff and society consists of actively engaging students and eachers with education and research, regardless of background or beliefs. This vision for the university is the basis of the party platform of de decentralen.

Decentralisation education & research

de decentralen believe that the best education and research is realised if the decisions regarding their form and content are taken by the lowest bodies in the organisation. de decentralen assume that students and te- achers are intrinsically motivated to guarantee the quality of education and research. We therefore believe that teachers themselves possess the best capacities to shape education and that students should be given the freedom to decide how to set up their study and how much time they need for it.

Democratisation

de decentralen support a far-reaching democratisation of the UvA in which the managers are always held accountable to the academic community. Democratic decision-making is the most effective where the involvement is the largest, namely at a decentral level. Democratisation and decentralisation go hand in hand for that matter.

Social responsibility

de decentralen assert that a university should not only develop academically, but should also focus on important social issues such as in- clusiveness and sustainability. The university has a social responsibility to guarantee the emancipatory effects of education and to set a good example in the field of sustainability. The university is not a degree mill, students are no consumers of education and teachers are not publishing machines. On the contrary, the university should on the one side be deeply rooted in society but at the same time it needs to be able to independently reflect upon that very society.

A sustainable financial allocation model

The UvA divides the funds it gets from the government according to the so-called allocation model. This is a distribution code that de- cides how much every faculty receives per new student, credit point and degree. de decentralen stand for a sustainable allocation model in which continuity of education and research is prioritized. Volatile and instable inflows results in faculties holding back on permanent appointments and long-term investments in education. For this reason de decentralen support stable finances and it is paramount that financial considerations do not guide decisions concerning the offer of education.